Ilona's profile'43'PhotosBlogListsMore ![]() | Help |
PITCAIRN ISLANDPitcairn is het enige bewoonde eiland van de in de South Pacific liggende eilandengroep Pitcairn, Henderson, Ducie en Oeno. Los gemeten ligt het tussen Peru en Nieuw-Zeeland. Het eiland is ongeveer 5 km² groot en heeft nog geen vijftig bewoners en een bevolkingsdichtheid van 10 per km². Het eiland heeft geen vliegveld of zeehaven en is alleen bereikbaar per schip via de rede van Bounty Bay en dat kan alleen bij gunstige weersomstandigheden. Bij slecht weer vaart het schip verder. Het eiland wordt beschouwd als een van de meest afgelegen plaatsen ter wereld. De bewoners verbouwen hun eigen voedsel en leven van de visvangst. Ook verkopen zij honing en houtsnijerk aan passagiers en bemanning van passerende schepen die bij goed weer aanleggen. Er is geen arts op het eiland. Het gevoel van totale geïsoleerdheid is, volgens mensen die er geweest zijn, gekmakend. De taal die men spreekt op het eiland is een mengeling van Engels en Tahitiaans. Het eiland wordt bestuurd vanuit Auckland, Nieuw-Zeeland door de Britse gouverneur Richard Fell. Het enige dorp op Pitcairn heet Adamstown, genoemd naar John Adams. De vjftig bewoners wonen allemaal in dat dorp en het is het enige dorp in de archipel. Het eiland werd ontdekt in 1767 door de Britse marineofficier Philip Carteret en genoemd naar de matroos die het eiland als eerste in zicht kreeg: John Pitcairn. Het eiland was toen onbewoond alhoewel er sporen waren van eerdere bewoning. In 1790 zochten muiter Fletcher Christian en acht andere muiters van de HMS Bounty, samen met twaalf Tahitiaanse vrouwen waarvan een met baby en zes Tahitiaanse mannen, hun toevlucht op het eiland. Zo paradijselijk als het eiland er uitzag, zo rauw was de werkelijkheid. Toen de Tahitiaanse vrouwen, Faahotu en Obuarei,onder verdachte omstandigheden plotseling stierven, werd het onrustig op het eiland en toen de Tahitiaanse mannen het niet meer pikten om als slaaf te dienen voor de muiters, leidde dit tot bloedige conflicten waarbij op 3 oktober 1793 vijf van de muiters, waaronder Fletcher Christian en kort daarop de vijf nog overgebleven Tahitiaanse mannen omkwamen. Twee van de vier overgebleven muiters, Quintal en McCoy, waarschijnlijk de grootste rabauwen van het hele stel, kwamen in de volgende jaren ook gewelddadig om het leven. Edward Young stierf op kerstdag 1800 een natuurlijke dood en John Adams (naar wie Adamstown later werd vernoemd) bleef als enige van de muiters over. Adams stichtte een gelovige samenleving op het eiland en eind 1890 bekeerden de bewoners zich allemaal tot de leer der Zevendedags-adventisten. Pas in 1808 werd de kleine samenleving weer ontdekt door het Amerikaanse schip 'Topaz' en in 1814 door een Brits schip. Meerdere schepen hebben de route bevaren en vele hebben aangemeerd maar niemand bleef er. Slechts één van de originele immigranten, Teehuteatuaunua (Jenny), de partner van de omgekomen muiter Isaac Martin, verliet in 1817 het eiland om voorgoed terug te gaan naar Tahiti. De langstlevende immigrant van Pitcairn was Teraura, die als 15-jarig meisje naar het eiland was gekomen als partner van Edward Young. Zij stierf op 75-jarige leeftijd in 1850. De Pitcairn-eilandengroep werd in 1838 onderdeel van het Britse Rijk. Na een aantal roerige periodes met onder andere het dictatorschap van Joshua Hill van 1832 tot 1838, een evacuatie naar Tahiti in 1831 en naar Norfolk-eiland in 1856, de gezamenlijke bekering tot de nieuwe geloofsleer in 1886 en de dubbele moord op Julie Warren en dochter Linda op 19 juni 1897 door Harry A. Warren, die vrouw en kind doodde omdat hij met een andere vrouw wilde trouwen, was er eindelijk rust gekomen op het eiland. Maar Pitcairn haalde in 2004 de wereldpers door een aantal verkrachtingszaken waarbij een kwart van de mannelijke bevolking betrokken is geweest. Zes bewoners werden in 2007 in hoger beroep veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Begin maart van dat jaar werd Brian M.J. Young tot zes en een half jaar celstraf veroordeeld voor de verkrachting van jonge meisjes. Het jongste slachtoffer was amper negen jaar oud toen het gebeurde. Deze misdrijven waren al minstens 40 jaar aan de gang. Drie van de veroordeelden zijn directe afstammelingen van Fletcher Christian. Het Verenigd Koninkrijk heeft zeven cipiers gestuurd om een gevangenis te starten, want ondanks alle misdaden van elke soort die in de honderden jaren hebben plaatsgevonden op Pitcairn, was er geen gevangenis. De huidige bevolking is afstammeling van de muiters van de Bounty die teruggekeerd zijn na de evacuatie naar Norfolk. In de loop der tijd is er wel wat bloed van buiten gekomen maar slechts in geringe mate zodat er een hoge graad van inteelt is. Dit verklaart wellicht de anomie op het eiland. Zo is bijvoorbeeld de naam Brown, een van de familienamen op het eiland, afkomstig van een latere immigrant en niet van de muiter Brown. Hetzelfde geldt voor de naam Warren. Deze is afkomstig van een Amerikaanse walvisvaarder die zich op het eiland vestigde. In 1860 werd immigratie aan banden gelegd. Momenteel wonen er nog zo'n vijftig mensen op het eiland. Toen ik twaalf jaar was, heeft John Fletcher Christian, de toen bejaarde nazaat van de leider van de muiterij op de Bounty, mij een hand gegeven en een kort praatje met me gemaakt (met tolk). Ook heb ik geluisterd naar zijn verhaal over zijn leven op Pitcairn en dat van zijn voorouders. Fletcher sprak Engels maar werd simultaan vertaald door een tolk. Ik weet nog dat ik diep onder de indruk was van zijn verhaal want hij had er ruim veertig uur over gedaan om van Pitcairn naar Amsterdam te vliegen. We hebben het hier dus wel over 1959! Tevens was ik stomverbaasd dat mensen op een soort onbewoond eiland konden wonen, destijds woonden er 75 mensen en dat is toch bijna onbewoond te noemen en dat dat eiland 20.000 km verder weg lag van Nederland. Mr. Fletcher was zevendedags-adventist en uitgenodigd om een congres bij te wonen in Nederland. Alle bewoners van Pitcairn hangen dat geloof aan maar Mr. Christian was toen de oudste Fletcher op het eiland en in die hoedanigheid mocht hij komen vertellen over zijn eiland en de beleving van het geloof daar. Als kind kwam ik ook in die kerk en ik was met nog een paar kinderen gevraagd naar voren te komen om Fletcher een hand te geven. Veel later, ik was al achter in de twintig, las ik een verhaal over de South Pacific en merkte dat het verhaal heel anders was dan de dominee vertolkte. Of Mr. Fletcher, die overigens onverstaanbaar Engels sprak, diste ons een mooi verhaal op, óf de dominee wilde de ware feiten niet vertalen maar het klopte van geen kant. Ik houd het erop dat de dominee het verhaal mooier maakte dan het in feite was. Aangezien er van meet af aan op Pitcairn een grote ongelijkheid in aantallen van beide seksen is geweest, is er op grote schaal incest gepleegd. Ook kwam het voor dat meerdere zussen dezelfde man huwden maar zowel incest als polygamie is volgens de christelijke leer 'van de duivel' dus verboden. Dat zou betekenen dat zij later niet naar de hemel mogen. H het kernpunt van de leer: leef goed en naar Gods wil, dan kom je later in de hemel. Het kan verkeren! Sommige eilanders hebben in de loop ter tijden het eiland verlaten om elders een normaal bestaan op te kunnen bouwen. De laatste jaren heeft een aantal jongeren het eiland verlaten en is naar Australië vertrokken. Aangezien Pitcairn valt onder Brits bestuur, kunnen zij naar Australië waar zij hopen werk te vinden en in de 'normale' wereld een leven te gaan leiden. Een normaal leven is op Pitcairn niet mogelijk met slechts vijftig eilandbewoners die allen uit incestueuze verhoudingen komen en daardoor wellicht een verwrongen geest hebben. Pitcairn, een stip in de South Pacific, een eiland waar veel bloed heeft gevloeid en dat is bevolkt door nazaten van de muiters van de Bounty en ander gespuis. Een eiland waarin de bevolking in absolute eenzaamheid leeft, waar de moderne middelen van bestaan niet zijn doorgedrongen en waar vreemdelingen of toeristen slechts worden toegelaten omdat ze er geld aan kunnen verdienen en waarvan de bevolking voor 25% van de mannelijke bevolking bestaat uit verkrachters en de overige 75% kennelijk ziende blind is. Dat eiland is bij lange na niet het bekendste eiland uit die mooie streek waar het paradijselijk is zoals Tonga, Fiji, Easter Islands en Tahiti, maar wel het beruchtste. Pitcairn ligt in hetzelfde gebied maar we kunnen het geen paradijs noemen. Misschien kan gouverneur Fell ingrijpen en de laatste vijftig mensen elders onderbrengen waarna hij het eiland kan teruggeven aan de oceaan. ©vik ANDALUSIËVan 14 tot 22 oktober was ik in Andalusië. Mijn zus woont daar, ze was in mei verhuisd en ik wilde haar nieuwe huis zien. Ze woont al 20 jaar in de streek La Axarquía en is al enige malen verhuisd maar waar ze nu woont, is de mooiste plek van alle waar ze heeft gewoond. Aan de voet van de Sierra Alpujarra staan cortijos (boerenhoeven) en luxe villa's op grote afstand van elkaar dus van buren heb je geen last en zij niet van jou.
Ik werd van Málaga Airport afgehaald en we reden in oostelijke richting naar Torrox. De weg ken ik goed maar op een gegeven moment was het bekende gevoel voorbij. Van de verharde wegen gingen we een weggetje op dat niet geasfalteerd was en het bonkte en schommelde in de auto. Na een minuut of 10 rijden, kwam er een scherpe bocht naar rechts en later een nog scherpere bocht naar links en toen gingen we steil naar boven en even later reed de auto onder een afdak en kwam tot stilstand.
Ik stapte uit de auto, liep naar het gigantisch grote terras en keek mijn ogen uit! Aan de achterkant stond een afscheidingsmuur en dat hing vol met bougainville, daarnaast stond een spierwit schuurtje en aan de voorkant zag ik een panorama van bomen, bloemen, witte huizen, smalle kronkelweggetjes en helemaal aan het einde van het parorama lag de Middellandse Zee te schitteren in de namiddagzon. Het was adembenemend mooi!
Na de koffer naar mijn kamer te hebben gebracht, gingen we op het overdekte terras zitten om bij te kletsen en dronken wijn en aten tapas en met het uitzicht vanaf dat terras was dat voor mij het ultieme Spanje-gevoel!!!
's Nachts is het er zo stikdonker dat je letterlijk geen hand voor ogen kunt zien. Het is er dan doodstil en het enige dat je ziet zijn de lampen van auto's die al draaiend door de bochten rijden op de weg naar Cómpeta die heel hoog in de bergen ligt. De auto's hoor je overigens niet, daarvoor rijden ze te hoog. Het is een bijna spookachtig beeld als je steeds een lichtstraaltje ziet die meteen weer verdwijnt. Verder zie je wel de lichtjes van diverse huizen uit de omgeving maar die veranderen niets aan de inktzwarte nacht omdat ze te ver weg liggen. Het is overweldigend indrukwekkend en zelfs een beetje spooky maar overdag is het er ongelooflijk mooi. In de verte zie je overdag de schepen varen van en naar Málaga en ook dat is mooi om te zien, vooral met een enorme verrekijker.
De nadelen van ver afgelegen wonen zijn er ook: de basura (vuilnis) wordt niet opgehaald maar moet afgeleverd worden in een vuilcontainer die onderaan de berg staat. De postbode zou er dagen over doen om de post van één dag af te levren op alle adressen van de Barranco Plano dus heeft iedereen een postbus en moet zelf naar beneden om de post op te halen. De brandweer kan er met zijn zware wagens niet komen en taxi's raken de weg kwijt omdat navigatiesystemen daar niet werken. Het kan toch maar tegenzitten ;-)
Sebastian uit Torrox heeft een flink stuk grond op Alpujarra en een passie: grond vruchtbaar maken, bomen en struiken planten waar eetbaars voor mensen aan groeit, zoals druiven, bessen, noten, olijven, mango's, avocado's, kaki's, granaatappels, citroenen, sinaasappels, bananen en nog veel meer. Sebastian maakt tevens zijn eigen 'tinto' (rode wijn) en die smaakt prima.
Op een stuk grond dat steile berg is, kun je niet planten zonder meer. Er moeten eerst etages worden aangelegd. Dat is zwaar werk maar intussen heeft Sebastian, met behulp van zijn familie, het helemaal voor elkaar: op alle etages staan bomen en struiken te groeien en te bloeien. Hij eet er zelf van, verkoopt aan een marktkoopman het overige maar geeft ook veel weg. Zo heb ik een kist van al dat lekkers van hem gekregen maar helaas is er geen plaats in het vliegtuig voor een kist fruit en als ik moet betalen voor het extra gewicht boven 20 kg kwam ik uit op 90 euro en dat werd me te gortig. Ik heb mijn handbagage volgepropt met mango's, avocado's en granaatappels en de rest achtergelaten bij mijn zus, die overigens al dagelijks wordt voorzien van alle heerlijkheden.
Sebastian had een klein huisje op het stuk land staan maar inmiddels heeft hij het verbouwd tot een ruime cortijo met alles erop en eraan en op het overige stuk grond heeft hij een huis voor zijn dochter gebouwd. Maar de gemeente lag dwars en ze kregen geen vergunning om er te wonen. Na veel geharrewar is de dochter ergens anders gaan wonen en heeft ze het huis in de verhuur gedaan en nu woont mijn zus er. Waarom zij er wel mag wonen en de dochter niet? Geen idee maar de ambtelijke bureaucratie is ook in Spanje niet te volgen!
De cortijo van Sebastian wordt iedere zondag gebruikt als plek waar het goed toeven is voor de hele familie die in de stad woont en op zondag rust wil hebben en frisse lucht wil opsnuiven. Spanjaarden eten zondags altijd met de hele familie en dus ook bij Sebastian maar de buren, mijn zus en haar man, worden bijna iedere zondag uitgenodigd mee te eten. Zo had ik ook het genoegen om die bewuste zondag aan te schuiven. Met een man of 15 aan tafel zitten, die allen gezellig kletsen, eten en de tinto rijkelijk laten vloeien, is een waar genoegen!
De foto's staan hier: http://cid-2a9677b829bde66b.skydrive.live.com/browse.aspx/SIERRA%20ALPUJARRA
Deze is genomen vanaf het overdekte terras richting zee: het was de eerste die ik 's ochtends maakte. SPACIAL PETS - HUISDIEREN VAN SPACERSEen week of wat geleden heb ik een nieuw fotoalbum gemaakt met daarin foto's van huisdieren van mede-spacers. Het album heet SPACIAL PETS. Inmiddels staan er al aardig wat dieren in en ook reacties maar ik weet niet van iedereen wie huisdieren heeft.
Als je het leuk vindt om je huisdier in het album te plaatsen, stuur dan een of meerdere foto's met de naam van het dier naar vikki@live.nl Als je nog iets leuks over het dier wilt vertellen, dan kun je dat zelf doen nadat ik de foto heb geplaatst.
Met huisdieren bedoel ik niet alleen honden en katten maar alle soorten dieren. Ieder dier is welkom! Wil je eerst even kijken?
![]() MIJN OPA EN OMA
Mijn opa en oma van moeders kant zijn geboren in resp. 1875 en 1877. Opa overleed in 1926 en oma in 1947, 3 maanden voor mijn geboorte. Mijn vaders ouders zijn vrij snel na elkaar overleden waardoor hij op 3-jarige leeftijd bij pleegouders op een boerderij in de Achterhoek werd geplaatst maar volgens zeggen had hij het daar niet naar zijn zin en is op zijn 18e weggelopen van huis en het leger in gegaan. Mijn vader leeft al heel lang niet meer en van zowel zijn echte ouders als van zijn stiefouders weet ik helemaal niets. Een tijdje geleden ruimde ik mijn moeders kast op en vond in een oud kistje een paar oude, versleten foto's en op een daarvan stonden een man en vrouw stijfjes naast elkaar in de camera te kijken. Het waren mijn opa en oma op hun bruiloft in 1899. Deze foto had ik nog nooit gezien en was blij verrast eindelijk eens kennis te kunnen maken met opa en oma. Wat me opviel was dat beiden er al zo oud uitzagen op die nog jeugdige leeftijd maar dat had veel te maken met de sombere, donkere onflatteuze kleding die ze droegen en oma had ook nog een kapje op haar hoofd. Mijn moeder en haar 3 jaar oudere zus Tina verhuisden in 1930 van het Overijsselse platteland naar Amsterdam. Daar was werk te vinden maar de twee meisjes van 15 en 18 hadden ook helemaal geen zin om "tussen de koeien" te blijven wonen. De oudere broers en zussen bleven wel in de buurt van Zwolle wonen want die hadden al een baan, verkering of zelfs al een gezin. Rond 1935 werd mijn oma door colporteurs van de een bepaald kerkgenootschap die "de boodschap van de Heer" brachten, bekeerd. Zo kon het gebeuren dat mijn oma tijdens haar slopende ziekte, die destijds met K werd aangeduid, veel post en bezoek kreeg van medegelovigen. In het kistje lag ook de ansichtkaart die hieronder staat, met daarop een kattebelletje van een mede-gelovige, zuster Takes. Het ontroerde om 110 jaar na het maken van de foto deze en de kaart aan oma te vinden. Mijn moeder en tante Tina hebben aan oma's sterfbed gezeten en vertelden dat ze vol vertrouwen is heengegaan in de wetenschap dat ze elkaar later weer zouden zien. Mooi is het als je zo kunt heengaan, kalm en vredig, wetend dat je later door God wordt geroepen en eeuwig zult leven aan zijn zijde in het paradijs. Ik ben blij voor mijn oma dat ze rustig is heengegaan. Ik vind het alleen jammer dat ik haar ook later niet zal ontmoeten. Ik geloof namelijk niet in het paradijs en het eeuwige leven. Wie gelijk heeft, zal moeten blijken maar het deed me wel wat dat ik eindelijk, 62 jaar na mijn geboorte, mijn opa en oma heb 'ontmoet', dat ik weet hoe ze er hebben uitgezien, al was het slechts op een oude verkreukelde foto uit 1899.
Opa en oma hebben 9 kinderen gekregen. Twee ervan leven nog. Mijn moeder van 94 en haar broer Roel van 92. Ze zijn, op 2 na, allemaal ouder geworden dan 90 jaar. De jongste zoon is in de oorlog in een werkkamp in omgekomen. Hij was pas 24! |
|
|